Informatie voor spreekbeurten (basisschool)

Wat zijn cellen?
Je lichaam is gebouwd uit duizenden cellen. Deze cellen zijn niet allemaal van hetzelfde soort. Je hebt huidcellen, bloedcellen, zenuwcellen, enzovoort. Je cellen vormen samen het weefsel waaruit je verschillende lichaamsdelen zijn gemaakt. Je botten, je spieren, je hart, je lever, je nieren, enzovoort.

Wat zijn chromosomen?
In iedere cel zit een kern en in die kern zitten weer draadjes. Deze draadjes zijn de chromosomen. In de chromosomen zitten alle eigenschappen die je van je ouders hebt geërfd. Dus of je een jongen of een meisje bent, de kleur van je ogen, van je haar, hoe lang je bent. Je hebt in totaal 46 chromosomen: 23 chromosomen van je moeder en 23 chromosomen van je vader. Iedere chromosoom heeft een nummer, van nummer 1 tot en met nummer 23. Van elke nummer heb je dus twee chromosomen. Één chromosoom met nummer drie van je moeder en één chromosoom met nummer drie van je vader. Één chromosoom met nummer twaalf van je moeder en één chromosoom met nummer twaalf van je vader. En ga zo maar door...

chromosoom 21

Welke eigenschappen je van je ouders erft hangt ervan af. Soms is de informatie die je van je moeder hebt geërfd sterker en krijg je haar bruine ogen. Soms is de informatie die je van je vader hebt geërfd weer sterker en krijg je zijn krullenbos. Het kan ook zijn dat er door de combinatie van de informatie van jou ouders een hele nieuwe eigenschap ontstaat. Bijvoorbeeld dat jij heel erg lang bent en terwijl jou ouders maar kleine ukjes zijn.
De combinatie van chromosomen is bij iedereen anders. Daarom heb jij eigenschappen die niemand ander heeft. Zelfs je ouders niet. Het is wel zo dat je de eigenschappen die je hebt moet ontwikkelen. Misschien kan jij wel heel goed hoogspringen, maar als je het nooit geprobeerd hebt komt die eigenschap er niet vanzelf uit.

Wat is Down Syndroom?
Als je Down syndroom hebt dan heb je in iedere cel één chromosoom meer. Ze hebben drie chromosomen met nummer 21 in plaats van twee. Je denkt misschien: 'Wat maakt dat nou uit als je één chromosoom meer hebt?'. Voor de meeste dingen maakt het inderdaad niet uit. In de meeste dingen zijn kinderen met Down Syndroom heel gewoon. Maar er zijn wel een paar verschillen.
Kinderen met het Down Syndroom hebben vaak problemen met hun gezondheid. Ze hebben bijvoorbeeld problemen met hun hart. Ze zijn vaker verkouden, soms horen ze ook minder goed. En ook hun spieren zijn niet zo sterk. Ze hebben daardoor meer moeite met leren, met praten en fietsen.
Ook aan de buitenkant kan je zien als iemand het Down Syndroom heeft. Kinderen met Down Syndroom zijn vaak klein en hebben korte armen en benen. En hun ogen staan vaak een beetje schuin.



vriendin

Hoe komt het dat sommige kinderen Down Syndroom hebben?
Als je Down Syndroom hebt is dat gewoon toeval. Het maakt niet uit of je arm of rijk bent, wit of zwart of je in een koud of in een warm land woont. Het maakt ook niet uit of je moeder gerookt heeft toen ze zwanger was. Of dat ze iets verkeerds gegeten heeft. Het maakt zelfs niet uit of je ouders medicijnen gebruiken. Het enige dat de dokters wel weten is dat hoe ouder een moeder is als ze zwanger wordt, hoe groter de kans is dat haar kind Down Syndroom heeft.
Van iedere duizend Nederlandse kinderen die geboren wordt, heeft er eentje het Syndroom van Down.

Kan je naar een gewone school als je Down Syndroom hebt?
Veel kinderen met Down Syndroom gaan naar een gewone school. Daar kunnen ze net als kinderen die geen Down Syndroom hebben heel veel leren. Wat hoe meer je leert, hoe beter je later voor jezelf kan zorgen. Dat geldt voor iedereen, of je nou wel of geen Down Syndroom hebt.

schoolplein

op school

Hoe moet ik doen tegen iemand die Down Syndroom heeft?
Gewoon. Net zoals je tegen iedereen doet.
Maar je moet wel met een aantal dingen rekening houden. Kinderen met Down Syndroom hebben niet erg sterke spieren. Dus een bal vangen of een heel stuk fietsen is lastig voor ze. Je moet ook duidelijk praten (niet schreeuwen!) omdat kinderen met Down Syndroom vaak slechter horen. En je moet ook geduldig zijn, soms duurt het iets langer voordat een kind met Down Syndroom iets heeft uitgelegd. Vaak helpt het als je vraagt of ze het nog een keer wil vertellen of het aan willen wijzen wat ze bedoelen.
Iedereen is anders, en dat is maar goed ook. Anders zou het maar een saaie boel worden.